Informatie rondom medicatie maken op unit 3

Ga terug naar de inhoudsopgave

Er is op unit 3 slechts beperkt ruimte voor het opslaan en gereedmaken van medicatie. Er is dan ook in overleg met de artsen een lijst medicatie opgesteld die op unit 3 aanwezig dient te zijn. Deze lijst is dynamisch; indien er medicatie ontbreekt of overbodig is zal dit aangepast worden. Deze lijst dient ook als basis voor de medicatie die in de toekomst op Zebra aanwezig zal zijn.

De medicatieruimte gaat open met een paslezer, en de indeling is hierna beschreven.

links naast de deur
sondevoeding artikelen

 

links in de hoek
oogspoelunit en opiatenkastje
tegen linker wand
aanrecht voor medicatiebereiding

Rechts op het aanrecht staat de laptop die je gebruikt om medicatieafspraken op te zoeken voor je gaat bereiden.
Op de foto zie je rechts nog net de medicatiekast, aan de binnenzijde van deze kast zit de code van het opiatenkastje.
Naast deze medicijnkast staat de medicijnkoelkast, tegenover de deur waar je binnenkomt.

Hieronder de indeling van de medicatiekast:

 

Bovenin
3 lades met zalf, cremes en vernevelmedicatie

 

In het midden
5 lades met IV-medicatie

 

Onderin:
3 lades infuusvloeistof
water voor beademing
alcohol en ontsmetting

De startlijst van “acute medicamenten” is als volgt:

Medicatie die acuut nodig is:

  • Perfalgan
  • Adrenaline 1: 10.000
  • Adrenaline (vernevelen) 1mg/ml
  • Dexamethason
  • Amiodaron
  • Esmeron
  • Morfine
  • Midazolam
  • Fentanyl
  • Propofol 1%
  • NaCl 0.9%
  • Nalaxon
  • Clemastine
  • Zofran

Medicatie binnen 5 minuten (evt. voor continue toediening):

  • Noradrenaline
  • Dopamine
  • Kaliumchloride 7,45%
  • Nabic 4.2%
  • Salbutamol IV
  • Cofact
  • Glucose 5%
  • Glucose 10%
  • NaCl 3%
  • Heparine 1000 IE/ml en 25.000/5ml
  • Furosemide
  • Clonidine
  • Ipratropium/Salbutamol verneveling

Overige medicatie

  • Vaseline
  • Labello
  • Sudocreme
  • Zoete olie
  • Balneum
  • Duratears
  • Paracetamol supp’s alle sterktes
  • Sucrose
  • NaCl 0,9% posiflush
  • Chloorhexidine, alcohol groot en klein en sterilium

 

Voor het klaarmaken van acute medicatie op unit 3, gelden dezelfde afspraken als voor het klaarmaken op unit 1 & 2.
Medicatie wordt klaargemaakt volgens voorschrift artsen, danwel volgens het handboek parenteralia kinder-IC.
Deze medicatie gaat gelabeld op de witte tray (Q-check) mee naar de betreffende patiëntenplek.
De reeds klaargemaakte standaard acute medicatie (fentanyl, midazolam en morfine), wordt bewaard op de Q-check onder in de koelkast.

Q-check met spuit als voorbeeld

Bereiden geplande medicatie.
Dit gaat zowel om de continue als de discontinue medicatie.
Na de visite gaat 1 van de verpleegkundigen naar unit 1 om de medicatie voor de komende 24 uur uit te zetten. Deze medicatie wordt door een verpleegkundige van unit 1 gecontroleerd en vervolgens in de ladenkar gelegd die mee terug gaat naar unit 3 (iedere patiënt heeft een eigen lade, net zoals iedere patiënt op unit 1 en 2 ook een eigen lade heeft).
Indien medicatie nog niet uitgezet kan worden (bijvoorbeeld augmentin) is het de bedoeling dat de ampullen, inclusief oplosvloeistof klaargelegd worden in de kar.
Deze medicatie kan dan klaargemaakt worden op unit 3.
Klaargemaakte medicatie die tot gebruik in de koelkast moet liggen, gaat na aankomst van de kar op unit 3, in de koelkast aldaar tot gebruik.
Er is een lade voor unit 1 en een lade voor unit 2, met elke 3 vakken, voor iedere patiënt op de unit 1 vak.

 

tijdelijke medicijnkar

 

medicatie koelkast

Om voor Zebra goed in kaart te brengen wat handig is om op de unit te hebben, dient bijgehouden te worden waarvoor je extra naar unit 1 loopt qua medicatie (bijvoorbeeld bij een opname, of alsnog veranderde medicatie na de visite).